Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Blog | “Ik wil niet naar de kerk!”

Door Saskia van Berkel op woensdag 10 april 2019

Op de Facebookpagina van een magazine over christelijk opvoeden vroeg men aan de lezers: “Hoe krijg jij je kinderen mee naar de kerk?” De algemene tendens was dat het eigenlijk voor niemand een probleem was om het kroost de kerkbanken in te krijgen. Sterker nog, de meesten gingen met plezier. Ze ontmoeten er tenslotte leeftijdsgenootjes of er wordt op een speciale manier aandacht aan ze besteed door kindermomenten of kinderdiensten. Het goede voorbeeld geven werd ook veel genoemd. Zolang je duidelijke afspraken maakt en zelf consequent in je kerkgang bent weten ze waar ze aan toe zijn en zullen je kinderen niet zo snel in discussie gaan. Nou, de mijne dus wel. “Ik wil niet naar de kerk!”, klinkt het steevast zodra ze ontdekken dat het zondag is. En het blijft niet bij discussie alleen. Mijn 7-jarige zoon probeert het ook nog wel eens met dramatisch ogende krokodillentranen met bijpassend stampvoeten. Je kan niet weten of het helpt.

Afgelopen zondag had hij iets nieuws bedacht: onder de tafel verstoppen. Als ze me niet vinden gaan ze vast zonder me, was zijn hoop. En daarom zat ik zondagmorgen met nog drie minuten te gaan voordat we echt weg moesten, in mijn goede goed op de grond onder de tafel naast hem. Veel nieuws kwam er niet uit: het is saai, het duurt lang, ik mag niet hardop praten, ik mag niet rennen, ik mag niet, ik mag niet, ik mag niet. Er ging een kleine steek door mijn hart. Mijn associatie met naar de kerk gaan - ontmoeting met God, met elkaar – is niet vanzelfsprekend de zijne. Voor hem staat naar de kerk gaan in het teken van niet mogen en van moeten. En hier hebben wij als ouders natuurlijk een rol in gespeeld. We hebben hem zeker het voorbeeld gegeven dat op Facebook genoemd werd als oplossing. We zijn trouw in onze kerkgang, ook als het de avond ervoor te laat werd, ook als het bed nog zo lekker warm was en de kinderen nog zo heerlijk stil. Maar aan de andere kant hebben we misschien ook wel teveel nadruk gelegd op stil zitten in plaats van op stil worden. Op rustig zijn in plaats van op rust ervaren. Ik probeer me te herinneren hoe mijn ouders dit deden. In mijn beleving was zowel de kerkgang zelf als wat je daar nou kwam doen niet echt een gespreksonderwerp. Je ging gewoon, pakte je speciaal daarvoor aangeschafte kerktas met bijbeltje en als je geluk had een schriftje en pen mee en schoof aan in de rij. Gewapend met drie pepermuntjes en de ambitie om alle brillen van de mensen in het tegenoverliggende vak te tellen kwam je de dienst wel door. Zo simpel kwam ik er vandaag niet af voelde ik al.

Nog steeds onder de tafel zittend veeg ik een traantje van de wang van mijn zoon en zeg: “Papa en mama houden heel veel van God. En Hij houdt heel veel van ons allemaal. Daarom willen we zoveel mogelijk over Hem weten.” Mijn zoon prutst wat aan zijn veters die hij uit protest niet wilde strikken. “Dat wil ook. Maar soms is het gewoon best moeilijk.” zegt hij. En daar moet ik hem dan wel weer gelijk in geven.  Ik pak zijn hand en leid hem richting zijn jas. En daar gaat hij, met zijn Speur-je-suf Bijbel onder de arm, richting kerk. Hoe mooi is dat: je speurt je soms als ouder suf naar hoe je je kinderen het beste begeleidt om hun weg te naar God te vinden. Maar dat hoeft niet. Hij vindt ze wel, ze vallen niet uit Zijn hand. Ook niet als ze stampvoeten en zich verstoppen. 

Overige blogs