Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Blog | Wat je zegt ben je zelf

Door Annette Otto-Nales op vrijdag 29 mei 2020

Ik heb een briefje van vijf euro in mijn hand en vraag aan de kinderen: “Wie wil deze hebben?” Beide steken ze hun hand op. Ik verkreukel het briefje en vraag weer of ze het willen hebben. Nog steeds willen ze het graag in hun spaarpot hebben. Dan ga ik er op staan en vraag het nogmaals. Nog steeds willen ze het hebben.

Als kinderen lelijke woorden zeggen of je niet laten meespelen, dan zegt dat niets over je waarde. Je bent en blijft altijd even veel waard. De kinderen luisteren. Ze spelen momenteel veel buiten en bij Job gaat dat niet altijd even leuk. Kinderen kunnen soms erg hard zijn en elkaar afwijzen. Job worstelt daar erg mee waardoor hij niet weet hoe te reageren in zo’n situatie. Als moeder vind ik dat moeilijk. Job doet heel erg zijn best, zoekt oplossingen, wil samenwerken. Die inzet in combinatie met zijn medicatie verlaging vinden wij heel sterk en bijzonder.

Job komt tijdens een belangrijk video-gesprek boos en verdrietig thuis. Hij was aan het voetballen met een paar jongens uit de buurt. Na een tijdje wilde er eentje de teams anders indelen. Geen probleem. Maar daarna wilde hij nog meer veranderen, waarop Job had gezegd: “We gaan niet alles doen wat jij wilt, we moeten samen spelen.” Daar was de andere jongen het niet mee eens en noemde Job een k*tkind en liet weten nooit meer met Job te willen spelen.

Ik hoor het aan als moeder. Wat een afwijzing weer en wat een lelijke woorden. Ondertussen vraag ik mij af of dit het volledige verhaal is. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Job het zo heeft ervaren. Voor hem is dit de waarheid. Daarom kies ik er voor hem te bemoedigen in hetgeen hij goed heeft gedaan. Heel goed Job dat je hier naartoe bent gekomen om het te vertellen. Ja Job, je hebt helemaal gelijk dat we niet zo tegen elkaar horen te praten. Goed dat je wilde samenspelen en een oplossing probeerde te vinden. Al weet ik het verhaal nog niet en heb ik ook niet direct tijd om hem te helpen, ik kan hem al bemoedigen. Iets tegenover de lelijke woorden en de afwijzing plaatsen.

Als het video-gesprek klaar is vind ik Job beneden. Hij heeft duidelijk weer zijn rust gevonden. Ondertussen is het ook tijd om Tess buiten te gaan halen. Buiten kom ik de jongen tegen waar Job de woordenwisseling mee had. Ik ga naar hem toe en vraag hem of hij Job een k*tkind heeft genoemd. Hij ontkent het. Ik blijf hem aankijken en vraag hem: “Weet je dat zeker?” “Nou, misschien toch wel, maar Job zei het ook!”

Na een gesprekje met de jongen loop ik weer naar huis. Verschillende gedachten gaan door mijn hoofd. Zou Job ook lelijke woorden hebben gezegd en waarom zou hij dat dan niet eerlijk gezegd hebben? Hoe pak ik dat aan?
Als ik binnen kom zie ik Job zitten. Ik vertel hem dat ik de jongen gesproken heb. Op de man af vraag ik hem gelijk of hij ook lelijke woorden gezegd heeft. “Nee,” zegt Job, “ik zei: wat je zegt dat ben je zelf!”

Deze wedstijd fluit ik af met een 1-0 overwinning voor Job.

Overige blogs