Cookies accepteren

Wij zijn wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en je hier over te informeren.

Zonder cookies kunnen niet alle onderdelen van onze website functioneren. Daarom is het helaas niet mogelijk om onze website te bezoeken als je geen cookies accepteert.

Cookies accepteren

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine bestandjes die informatie over sitebezoek bevatten. Deze bestandjes worden op je computer geplaatst en zijn veilig. Ze kunnen nooit worden gebruikt om privégegevens van je computer uit te lezen of om wachtwoorden te onderscheppen. Cookies zijn ook niet in staat om een computer te infecteren met een virus. Bijna elke website gebruikt deze kleine bestandjes.

Lees meer

Wij gebruiken cookies voor:

Klik hier voor meer informatie over cookies.

Blog | Kinderwijsheid

Door Linda Kostwinder op donderdag 24 september 2020

“Hallo oma, met mij. Leve het video bellen, want de stemmetjes lijken zo op elkaar. Ik moet je iets vertellen”. Zo begon het telefoongesprek met onze jongste kleinzoon van vijf. “Ik ben súper trots op mijzelf want ik mag volgende week afzwemmen. Ik heb héél goed mijn best gedaan en ik kan nu héél goed zwemmen”.  

Hoe onbevangen, vol zelfvertrouwen en vrij zo’n ventje over zijn eigen kunnen vertelt, daar moet ik om glimlachen tijdens zij relaas.

’s Avonds als ik nog eens terugdenk aan dit gesprekje, gaan mijn gedachten uit naar hoe mooi het eigenlijk is dat je trots op je zelf bent en dat dan ook benoemt.

Ben ik dat ook wel eens en zeg ik dat dan ook hardop, of ben ik die nuchtere, bescheiden Nederlander die het afwimpelt als iemand mij een complimentje geeft? Ik geloof, weet het eigenlijk wel zeker, dat ik bij de laatste groep behoor. Ik vind het vaak lastig als iemand iets positiefs zegt en wimpel het dan met een paar woordjes af.

Nu wij al weer zeven maanden onbedoeld (maar wel blij) in Nederland zijn i.v.m. de totale lockdown in Nepal, vragen wij ons geregeld af hoe het nu verder moet. Hebben we voor niets al onze Nederlandse zekerheden opgegeven en naar Gods stem geluisterd? Was het Zijn bedoeling wel of was het een idee van onszelf? Zijn de vier jaar die wij daar zaten voor niets geweest? Hebben we er goed aan gedaan om daar de bevolking te gaan helpen, zodat de vaders voor werk, soms voor jaren, niet naar het buitenland moeten om voor hun gezin te kunnen zorgen en de kinderen het gemis van de vader moeten voelen. Een heleboel onzekere vragen die dan door het hoofd schieten omdat we op dit moment daar het werk niet voort kunnen zetten maar het op afstand moeten doen, wat lastig is. Natuurlijk kunnen alle vragen positief worden beantwoord, maar ja, die onzekerheid hè.

Na het telefoongesprekje van vanmiddag, bedenk ik me: Mogen wij ook trots zijn op wat we daar hebben bereikt? Mogen we net als onze kleinzoon hardop zeggen. “Ik ben super trots wat we in Nepal hebben gedaan!”

Als ik dan naar mijn kleinzoon luister, en soms moet ik dat gewoon doen, dan zeg ik: “JA. Ik ben trots op wat we tot nu toe bereikt hebben. We hebben zo’n dertig boeren aan een vast inkomen geholpen. Zij kunnen nu in Nepal blijven. En ondanks de corona kunnen zij gewoon op het land werken en hun familie van eten voorzien (en … de Nederlandse koffiedrinker van zijn kopje 80dayskoffie). Het werk is nog niet af maar we mogen op God vertrouwen dat Hij ons de weg zal wijzen hoe het verder moet. Het begin is er en hoe het verder moet weten we nu nog niet maar het komt goed.”

Durf ik nu hardop te zeggen, te denken of te schrijven: “Ik ben trots op wat we onder Gods leiding hebben gedaan!”? Dat is een spannende, maar ik ga het gewoon weer proberen.

En als iemand tegen mij zegt dat hij of zij het stoer vindt dat we het roer hebben omgegooid om ons in te zetten voor de Nepalese boeren, zal ik het niet afwimpelen, maar gewoon “dank je wel” zeggen.

“Dank je wel lieve grote vriend van me dat je mij daar weer eens op gewezen hebt.”

Overige blogs